Historische woonboten in Amsterdam


Historische woonboten in Amsterdam

Hoeveel historische woonboten hebben we?

6 december 2019

Zoals de grachten horen bij Amsterdam, horen woonboten in de grachten. Ze bepalen het gezicht van de stad. Amsterdam is op zoek naar woonboten die het predicaat ‘historisch’ verdienen. Want de stad wil ze behouden. Daarvoor doorkruist Martine van Lier van het Mobiel Erfgoed Centrum (MEC) met haar team de stad. Op verzoek van de gemeente op zoek naar de echte monumenten op het water.

Martine: “Op basis van een eerdere inventarisatie zijn grofweg 1.000 woonboten aangemerkt die mogelijk historische waarde hebben. Dat is ongeveer een derde van het totale woonbotenbestand. Het gaat niet alleen om woonschepen, maar er zijn ook woonarken, met een duidelijk cultuurhistorische waarde.”

Maritiem erfgoed

Niet alle eigenaren zitten op deze inventarisatie te wachten. Martine: “Wij moeten mensen soms overtuigen dat Amsterdam de historische woonboot een warm hart toedraagt. De gemeente wil, op basis van deze inventarisatie, bijdragen aan het behoud van het maritiem erfgoed.”

 

De hele stad door

“Als we eenmaal een afspraak hebben met de eigenaar kan er nog van alles gebeuren. Aan sommige oude schepen is zoveel veranderd, dat je die met goed fatsoen niet meer historisch kunt noemen. Maar ik zie ook relatief nieuwe schepen die gebouwd zijn naar het voorbeeld van historische schepen. We zijn gestart in de Museumhaven, een plek waarvan je al weet dat het met de cultuurhistorische waarde van de schepen goed zit. Daarna zijn we in het centrum gaan kijken. Langzamerhand breiden we de inventarisatie uit naar de andere stadsdelen.”

Behouden voor nu en de toekomst

“De inventarisatie moet leiden tot een goed beeld van de historische woonboten in de stad, zodat er betere keuzes gemaakt kunnen worden, hoe we dit erfgoed kunnen behouden voor de stad. Uiteindelijk is het dan aan de gemeenteraad om die keuzes te maken en het beleid te bepalen.”

Klipperaak Rehoboth (1911) in de Museumhaven


Nel Pols en Paul Versteege, foto Richard Mouw.

Nel en Paul Pols liggen met hun klipperaak Rehoboth, samen met 21 andere historische schepen, in de Museumhaven, tussen NEMO en het Scheepvaartmuseum. Wat vinden zij van de inventarisatie? Nel: “Registratie roept bij mij een dubbel gevoel op. Aan de ene kant voelt het als erkenning, aan de andere kant weet je nooit wat het in de toekomst voor gevolgen heeft. Maar het belangrijkste is dat je het historisch houden van je schip in de eerste plaats voor jezelf doet. Onze klipperaak is overigens landelijk al geregistreerd als varend erfgoed.” Paul: “In de jaren ‘70 richtten schippers met oude schepen een landelijke vereniging op. Er kwam ook een register voor historische schepen. Daar wilden wij in, vanwege de erkenning van ons schip als historisch. Natuurlijk, het heeft ook nadelen. Ik kan geen grote glazen koepel op het dak maken. Dat strookt niet met de historie. Soms doe je dus concessies aan je wooncomfort.“

Hoe ben je op een schip beland?

“45 jaar geleden was er ook al woningnood in de stad. Voor 300 gulden huurden we een piepklein kamertje. Dat hebben we verruild voor een in onze ogen enorm schip. Maar het verlangen bleef om een groter schip te hebben dat historisch was, waarmee we én konden zeilen en waar we op konden wonen. In 1984 kochten we de Rehoboth, die aan al onze wensen voldeed. Op zoek naar een andere ligplek dan de destijds desolate Ertshaven, zijn we met een aantal schippers hier beland en hebben we de Museumhaven opgericht.“

Wat zijn de voor- en nadelen?

Nel: “Een nadeel is dat het lijkt of het water altijd op is, als je onder de douche staat. Het onderhoud van een schip is veel duurder dan dat van een huis. Je moet regelmatig naar de werf. Dat is altijd een dure grap. De verzekering eist ook dat het vlak (de bodem, red.) regelmatig gekeurd wordt. Ook de vaste lasten van een schip liggen beduidend hoger dan die van een huis op de vaste wal.”

Vrijheid

Maar de voordelen van wonen op het water overstijgen de nadelen ruimschoots. “Hier wonen betekent vrijheid, geen boven- of benedenburen, altijd buiten zijn, ook in de winter. Samen vormen wij een dorpje midden in de stad. We zijn een kleine gemeenschap met een gezamenlijk belang. We hebben altijd veel en leuk contact met de buren”, vertelt Nel. Paul: “Ik ben nu bezig met de giek. Het mooie is dat ik de helft van de tijd in gesprek ben met bezoekers. Dan kan ik ze uitleggen waarvoor die planken (zwaarden, red.) zijn, die aan onze zeilschepen hangen.”

Tjalk Christina (1888), Amstel


Rob de Bruijne en Ase Sande, foto Alphons Nieuwenhuis.

Ase Sande woont samen met Rob de Bruijne op de zeilende tjalk Christina aan de Amsteldijk. Zij is blij met de inventarisatie. “De Christina ligt hier al sinds de jaren ‘50. Toen wij haar 36 jaar geleden kochten, was zij uitgewoond. We hebben haar van voor tot achter gerestaureerd en in de originele staat teruggebracht. We hebben luikenkappen, lieren en zwaarden vervangen. Er staat een nieuwe roef op en we hebben er een nieuwe motor ingezet. We zijn er trots op. Ik ben voorstander van de monumentenstatus. Zo behouden we deze schepen voor het nageslacht. Ik weet alleen niet de precieze bedoeling van deze inventarisatie. Dus als wij het schip verkopen, vraag ik me af of de nieuwe eigenaar vrij is om ermee te doen en te laten wat hij wil.”

Waarom woon je op een boot?

“We woonden op driehoog hier in de buurt. Dat vond ik vreselijk, ik wilde dichter bij de grond wonen. Mijn grote wens was om op een tjalk te wonen. Rob, zeiler vanaf zijn vroege jeugd, had maar één eis: ‘dat zij kan zeilen’. 36 jaar geleden verhuisden we naar de Christina, die toen al in de Amstel lag. Van de geschiedenis weten we niet heel veel, wel dat het schip gebouwd is in 1888 in Maartenshoek bij Hoogezand door Bodewes.”

Wat zijn de voor- en nadelen?

“Het is een varend schip, dus het biedt ons ontzettend veel vrijheid. Van voor- tot najaar zeilen we op de Wadden. En in de winter liggen we hier op onze vaste plek aan het infuus (elektra, riool etc. red.). We wonen in een prettige kleinschalige gemeenschap. Vanaf de Berlagebrug de stad uit; we kennen elkaar bijna allemaal. Dat maakt het ook heel veilig. En iedereen heeft hetzelfde gedonder als je weer naar de werf moet voor een keuring. Dat alleen al smeedt een band. Als je echt een nadeel moet weten: het vele werk aan de boot. Dat is echt veel en duur.”

Bron:https://www.amsterdam.nl/nieuws/nieuwsoverzicht/historische-woonboten/